Autoruiten kunnen al aanvriezen zodra de luchttemperatuur onder de vijf graden Celsius zakt. Dit fenomeen vindt plaats wanneer waterdamp in de lucht condenseert en vervolgens bevriest op de autoruiten. Er zijn twee manieren waarop dit kan gebeuren: direct van waterdamp naar ijs, of via sublimatie waarbij rijpvorming ontstaat op de auto. De eerste vorm van ijsvorming resulteert in gemakkelijk verwijderbare ijskristallen, terwijl de tweede vorm leidt tot een hardere ijslaag die moeilijker te verwijderen is. De cruciale factoren voor dit proces zijn de vochtigheidsgraad van de lucht en de temperatuur. Droge lucht zal niet leiden tot aanvriezende autoruiten, terwijl temperaturen van 0°C of lager wel tot bevriezing kunnen leiden. De afkoeling van de auto, bestaande uit metaal en glas, gebeurt doorgaans sneller dan die van de omringende lucht, waardoor vooral horizontale autodelen zoals het dak en de voorruit sneller aanvriezen dan andere delen. Zelfs bij positieve luchttemperaturen kunnen autoruiten dus kouder zijn en bevriezen. Daarom is het belangrijk om alert te zijn wanneer de weersvoorspelling een minimumtemperatuur van 3-4 graden of lager aangeeft en de luchtvochtigheid niet laag is. Op dat moment is het risico op aanvriezende autoruiten significant.